Terug naar de democratie

Als er een ding is dat de laatste Provinciale Staten-verkiezingen ons hebben geleerd, is dat men niet kiest voor de eigenlijke thema’s van de Provinciale Staten, de inrichting van onze Provincies, maar dat de verkiezingen gewoon naar de hand gezet kunnen worden van de landelijke politici die daarmee hun eigen samenwerkingsverbanden kunnen bepalen, en hun akkoorden kunnen sluiten. Het heeft er alle schijn van dat politici in feite in een eigen wereld leven, waarbij de kiezers, zoals bij de paardenraces, wel op bepaalde paarden mogen wedden, mar dat het eigenlijke spel toch onderling wordt bepaald. De afstand tot de burger had niet groter kunnen zijn. Het is wrang dat alle politici oproepen om toch vooral te gaan stemmen ‘Laat je stem niet verloren gaan!’, maar in feite was die stem toch allang alleen maar voor de bühne.

Er is een steeds grotere groep burgers die niet meer weet op welke partij men moet stemmen. Men stemt vaak uit onvrede of men gaat helemaal niet stemmen.

Het zou eerlijker zijn indien de burgers net zoals bij de stemwijzer of kieswijzer op bepaalde keuzes zou mogen stemmen en dat daarmee de partijen gekozen worden die het beste het gekozen beleid kunnen uitvoeren. Ook aan dat idee zitten vele haken en ogen. Dan wordt het net zoiets als de gezondheidszorg waarbij de laagste aanbieder de beste zorg zou kunnen leveren. Mooi niet.

Feit is dat de burgers zich steeds meer onmondig voelen ten opzichte van het beleid en zich afkeren van de politiek.

Het is niet alleen bij politieke organisaties maar ook bij grote maatschappelijke organisaties zoals woningcorporaties, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen maar ook genationaliseerde banken, dat bestuurders zich voornamelijk verbonden voelen aan hetgeen men binnen de eigen cultuur als gangbaar ervaart. Men lult elkaar ongehoorde vergoedingen aan en pleegt totaal riskante investeringen alsof men binnenskamers Monopoly aan het spelen is. Veel bestuurders zijn allang niet meer bezig met maatschappelijke verantwoordelijkheid maar leven binnen een glazen stolp waarbij men onbegrepen naar de woede van de slachtoffers kijkt. Dat wij als burgers moeten betalen voor hun verkeerd bestuur is toch slechts een risico van het vak? Zij hadden toch de positie waarin ze beslissingen moesten nemen, de burger toch niet?

De oorzaak van het probleem ligt in de bestuurscultuur. Grote politieke en maatschappelijke organisaties worden vaak geleid door mensen met een management opleiding, die weliswaar veel van de processen weten hoe je binnen een organisatie boven kan blijven drijven, maar helemaal geen binding hebben met de maatschappelijke taken waar men voor zou moeten staan. Dat heb je niet een, twee, drie veranderd.

Maar het kan wel veranderen. Indien burgers al zeer vroeg en op zeer lokaal niveau de verantwoordelijkheid krijgen hun bestuurders te kiezen voor de eigen kring in het kader van sociale dienstplicht, kan iedereen ervaring opdoen met het nemen van verantwoordelijkheid op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, etc. . Een hiërarchisch model waarbij het kiezen van een leider steeds gaat op basis van zijn of haar kwaliteiten ten aanzien van de maatschappelijke taken, kweekt een kader dat met wat aanzienlijk wat meer maatschappelijke bagage in het bestuur omhoog klimt. Het systeem van kiezen en gekozen worden op lokaal niveau en vervolgens op regionaal of landelijk niveau, zorgt er bovendien voor dat inderdaad er geen stem verloren gaat en misschien ook meer mensen er toe kan overhalen om politiek actief te worden. Indien men genoeg ervaring heeft met het maken van besluiten op lokaal niveau is de stap naar politieke verantwoordelijkheid niet zo groot meer. En dat laatste zou dan weer kunnen betekenen dat de politiek weer een afspiegeling wordt van het maatschappelijke krachtenveld. Democratie dus, in de oorspronkelijke betekenis van het woord, het volk regeert. Willen we dat dan niet allemaal?

Cynisme is geen antwoord op actuele vraagstukken zoals het vluchtelingbeleid

Uitspraken over wenselijk beleid ten aanzien van het vluchtelingenvraagstuk kunnen makkelijk onderbuikgevoelens aanspreken. Natuurlijk raakt het absorptievermogen om vreemdelingen op te nemen op, maar als ieder van ons afzonderlijk oog in oog staat met het verhaal van een echte vluchteling dan is bijna iedere vluchteling welkom.

De samenleving kan echter niet iedereen opnemen, zeker niet in een dichtbelvolkt land als Nederland. Dat is geen samenleving meer maar een concentratiekamp voor iedereen. Indien mensen worden toegelaten tot Nederland dan bestaat er de consensus dat vluchtelingen welkom zijn en economische asielzoekers niet. De verwachting bestaat dat een politieke vluchteling veel meer bereid is om te integreren in ons land dan een economische vluchteling. Bij die laatste kan verwacht worden dat het alleen maar om geld verdienen gaat en niet om te integreren in de lokale samenleving. Indien volledige integratie het selectiecriterium zou worden op basis waarvan iemand wel of niet toegelaten kan worden, dan vergt dat ook een inspanning van onze samenleving om dat ook werkelijk te toetsen. Een voorstel zou zijn om iedere asielzoeker gedurende negen maanden verplicht mee te laten lopen met vijf verschillende groepen voor sociale dienstplicht. Binnen die zes maanden kan worden vastgesteld hoe snel iemand geneigd is om de taal en de culturele waarden van onze samenleving over te nemen. Het onafhankelijke oordeel van deze vijf verschillende groepen moet meewegen in het oordeel of iemand kan en wil integreren in onze samenleving. Indien blijkt dat de meerderheid geen vertrouwen heeft in de intenties van de asielzoeker ( ten aanzien van democratie, westerse vrijheden, de rechten van de vrouw en de plichten jegens de samenleving) dan wordt het asielverzoek afgewezen. Dat lijkt een eerlijker en directer systeem dan een integratiecursus, en ook betaalbaar. Indien wij daar als samenleving meer ervaring mee krijgen, dan zou het nog wel eens zo kunnen zijn dat we ook de hoogblonde Tjerk uit Haukerveen op de lijst van afgewezenen plaatsen, maar dat is een ander probleem. Om bij het vluchtelingenvraagstuk enkel te appelleren aan het onderbuikgevoel is een vorm van cynisme waarmee we het vraagstuk niet op een zinvolle manier oplossen. Wij, in Nederland en Europa, en zij, de vluchtelingen, zullen er beiden even hard voor moeten werken om dit probleem op te lossen. Onze samenleving is niet goedkoop en mag het ook niet worden.

Mantelzorgers in de participatiesamenleving

Drie jaar geleden werd in de troonrede ook het begrip participatiesamenleving opgenomen. Binnen de participatiesamenleving zouden burgers veel meer elkaar moeten helpen om problemen op te lossen, meer dan de overheid zou kunnen doen.

Er is niks mis met anderen helpen maar het begrip participatiesamenleving betekende niets anders dat de overheid zich terugtrekt uit de zorg voor de samenleving en het degenen die de zorg betreffen maar laat uitzoeken. In de praktijk komt het er op neer dat mensen die het goed gaat geen hand uitsteken naar de anderen in de samenleving, terwijl anderen die belast zijn met mantelzorg voor hun naasten slechts met moeite zorg en werk kunnen combineren. Men moet niet vergeten dat er 1,1 miljoen mantelzorgers zijn die meer dan 8 uur per week en langer dan drie maanden voor een ander zorgen. Mensen die langdurig mantelzorg moeten verlenen blijken dan ook vaker ziek te zijn dan anderen. Zo’n 150.000 tot 200.000 mantelzorgers voelen zich zwaar belast of overbelast. Dit is geen vorm van participatiesamenleving. Indien niet iedereen een bijdrage moet leveren aan maatschappelijke taken dan zal er ook onvoldoende begrip blijven zijn voor mantelzorgers en zal het ziekteverzuim hoog blijven. Daarmee is het niet alleen een maatschappelijk belang maar ook een economisch belang om de zorg te kunnen delen.

Een samenleving die haar zwaktes daadwerkelijk leert compenseren wordt een veel slagvaardiger samenleving. Bedrijven en organisaties met een lager ziekteverzuim presteren beter. Indien de maatschappelijke kosten voor ziekteverzuim onder mantelzorgers worden doorberekend naar de totale kosten voor de zorg en de verzekeringen dan zou het een zorg voor de overheid en het bedrijfsleven moeten zijn om de lasten op een meer evenwichtige manier te verdelen. Minder belasting door meer inzet.

In het algemeen is het voor niemand erg om twee uurtjes tv-kijken, surfen op internet of netwerken op de golfbaan in te leveren. Tijd vindt men altijd, als het moet. En men verdient die tijd dus ook terug.

Andersom zou moeten gelden dat de mantelzorgers, die door hun inzet juist de samenleving behoeden voor het maken van allerlei extra uitgaven op het gebied van zorg, voor hun inzet beloond moeten worden door het verlagen van de kosten voor de sociale premies die men betaalt. .

 

 

 

Onaanvaardbare agressie tegenover NS-personeel

In de week van 1 tot en met 8 maart werd NS-personeel  drie keer door zwartrijders bedreigd en mishandeld. Natuurlijk kan dat niet en het is vanzelfsprekend dat het personeel hiertegen protesteert. De suggestie werd gedaan dat ook passagiers meer en eerder de conducteurs zouden moeten bijstaan dan nu. De conducteurs staan er nu vaak alleen voor en andere passagiers keren zich vaak af van het geweld dat men ziet ontstaan. Dat kan niet en dat mag niet. Mensen zouden in het kader van sociale veiligheid een training moeten krijgen om adequaat op dit soort situaties te reageren. Bij de eerste tekenen van uitdaging van de conducteur moeten medepassagiers opstaan en naast de conducteur gaan staan. Niet om te gaan vechten maar om te laten zien dat geweld niet getolereerd wordt. Het is louter een vorm van training voor volwassenen hoe men kan en moet reageren op agressief gedrag. Veel situaties hebben geen helden nodig maar wel een besluitvaardigheid. Aan die besluitvaardigheid ontbreekt het momenteel. Men wil graag ingrijpen maar men weet niet hoe. Indien men echter precies weet wat men moet doen, kan het probleem vaak in de kiem gesmoord worden. In het kader van sociale dienstplicht zou daarom een traning sociale veiligheid niet mogen ontbreken.

De oplossing waar men nu voor kiest, meer gesloten toegangspoortjes, maakt geen selectie op basis van personen. Agressie jegens NS-personeel kan ook ontstaan bij betalende reizigers. Geld speelt soms geen rol. Een sociaal probleem vraagt om een sociale oplossing, geen technische afgrendeling. Techniek biedt vaak een schijnzekerheid. Als het te laat is, kan men zich er niet meer achter verschuilen.

De genezing van de gezondheidszorg.

In december kwamen enkele huisartsen in Kennemerland in opstand tegen de contracten die hun door verzekeraars werden opgelegd. Het is op zich al opmerkelijk dat huisartsen zich gezamenlijk verzetten, maar het geeft vooral de crisis aan waarin de gezondheidszorg zich bevindt. Het middel dat men heeft bedacht om de kostenontwikkeling te bedwingen lijkt daarmee erger dan de kwaal en tast de gezondheidszorg zelf aan.

Nieuwsbericht NRCQ 13 december: Er is een conflict tussen een grote groep huisartsen en zorgverzekeraar Achmea over de conceptcontracten voor 2015. In een brief roept bijvoorbeeld een actiegroep van huisartsen uit Zuid-Kennemerland (Haarlem en omgeving) alle 123 collega’s op het contract met Achmea te weigeren en reeds getekende contracten direct op te zeggen. Een niet afgesloten contract kan een huisarts in financiële problemen brengen, omdat zij afhankelijk zijn van het geld dat de zorgverzekeraar hen betaalt. In de contracten wordt afgesproken welke zorg de verzekeraar vergoedt voor patiënten. Het is de eerste keer dat contractonderhandelingen tussen huisartsen en verzekeraars zulke grote problemen opleveren. De helft van alle bij Achmea aangesloten huisartsen sloot nog geen contract; de eerste deadline daarvoor lag al op 1 november. In de brief van de huisartsen uit Kennemerland staat dat Achmea “onrespectvol” omgaat met de beroepsgroep. Het is niet duidelijk hoeveel huisartsen het contract precies principieel weigeren, omdat zij allemaal individueel hun handtekening moeten zetten. Peter de Groof, huisarts in Haarlem, stelt dat de zaak “escaleert.” Volgens De Groof is het voor huisartsen zeer onduidelijk welke zorg zij precies gefinancierd krijgen: “We kunnen geen contracten ondertekenen waarvan allerlei onderdelen nog niet goed zijn uitgewerkt.”

Vorm05 Waarom zijn de huisartsen boos? De kern van het conflict grijpt terug op een cruciale verandering in de gezondheidszorg. Overheid, zorgverzekeraars en huisartsen hebben afgesproken dat meer dure, specialistische ziekenhuiszorg overgenomen wordt door de huisarts. Elk jaar groeien de zorguitgaven in Nederland – circa 90 miljard euro – harder dan de economie. Een steeds groter deel van het rijksbudget gaat daarom op aan zorg; een situatie die de overheid wil terugdringen. Door ziekenhuiszorg over te nemen is de huisarts een belangrijke schakel in het goedkoper maken van de zorg. Het is bijvoorbeeld betaalbaarder als de huisarts een spiraaltje plaatst (nu zo’n 55 euro) dan de specialist in het ziekenhuis (kan oplopen tot 500 euro). Ook is het de bedoeling dat huisartsen patiënten gaan controleren die kampen met hartfalen, in plaats van dure sessies bij de cardioloog in het ziekenhuis. Probleem is, vertellen huisartsen, dat het conceptcontract niet voorziet in voldoende extra geld om deze extra zorg te bieden. Pas na een paar maanden in het volgende jaar zou helder worden hoeveel geld er beschikbaar is om ziekenhuiszorg over te nemen. De Groof: “Het risico bestaat dat pas na het tekenen van dit contract blijkt dat we zeer weinig geld krijgen voor onze extra behandelingen. Dat is een onaanvaardbaar bedrijfsrisico voor ons.” Ella Kalsbeek, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging, zegt de signalen te herkennen en stelt dat er “geen gelijke onderhandelingspositie” is tussen huisartsen en verzekeraars. Een woordvoerder van Achmea laat weten de “onzekerheid bij huisartsen te begrijpen”, maar zegt erop te vertrouwen dat de contracten voor 1 januari 2015 rond zullen komen.”

Tot zover het artikel in NRCQ. Het geeft aan hoe de commercialisering van de gezondheidszorg steeds verder de perverse trekken van het systeem blootlegt. Verzekeringsmaatschappijen in de gezondheidszorg zijn molochen geworden die continu gevoed moeten worden met geld. Concurrentie in de gezondheidszorg zou betere zorg opleveren voor minder geld. Zo was althans de reden die men aangaf voor de invoering van dit stelsel. Maar in de praktijk is dat geheel niet waar. Concurrentie zorgt er wel voor dat de verschillende marktpartijen elkaar, naar de consument toe, op prijs zullen beconcurreren. Op een markt waar miljarden in omgaan, wil men wel alles doen om zoveel mogelijk patiënten aan zich te binden. Het is counting by numbers en daarvoor worden dure reclamecampagnes ingezet om lage tarieven voor te spiegelen. Maar dat geld moet men daarvoor terugverdienen door op de gezondheidszorg zelf te besparen. Huisartsen, andere zorgverleners en ziekenhuizen worden uitgeknepen en gedwongen zich aan talloze regels te houden en tijdrovende administratie bij te houden om nog aan een redelijk inkomen te komen. Dat legt een zware druk op huisartsen en de gezondheidszorg in het algemeen. Dit systeem is ziek. Er is nog nooit iemand genezen door een verzekeringsmaatschappij en dat zal in de toekomst ook nooit gebeuren. Onze gezondheidszorg is in het geheel niet gebaat bij dit systeem van zogenaamde concurrentie. Wat let het handjevol verzekeringsmaatschappijen om onderlinge prijsafspraken te maken over vergoedingen, zodat het meeste geld naar hun toe gaat en de gezondheidszorg verder wordt uitgekleed? Op afzienbare termijn zal het huidige systeem er toe leiden dat de verzekerde gezondheidszorg tot een minimum wordt teruggebracht. Wat er dan over blijft is een klein segment van uitstekende gezondheidszorg, maar dan wel in privéklinieken en dan alleen voor degenen die dat kunnen betalen. Nogmaals, er is nog nooit iemand genezen door een verzekeraar. Als dit hele stelstel niet wordt opgeheven en de verzekeraars steeds meer macht krijgen zullen de uitvoerenden in de gezondheidszorg, indien ze niet allen Florence Nightingale heten, de rekening moeten doorschuiven naar de patiënt of deze laatste van zorg onthouden. Het is een onmenselijk en onhoudbaar systeem. De druk die daarbij door verzekeraars op de uitvoerenden wordt uitgeoefend is ook ontoelaatbaar. Juist de mensen die de kennis en het inzicht hebben anderen te genezen, moeten niet onder druk gezet worden. Vorm01 De kosten van de gezondheidszorg stijgen weliswaar nog steeds, maar dat is maar een demografische zeepbel. Als er een keer een griepvirus komt waarvoor geen goed vaccin aanwezig is, dan kan het enorme aantal mensen dat steeds maar ouder en ouder wordt, in een keer drastisch verminderen. Dat is niet leuk, maar het is wel een mogelijkheid. En ook een echte oorlog is helemaal niet ondenkbaar. De projectie dat wij met zijn allen steeds maar ouder en ouder worden is maar bedrieglijk. Natuurlijk lopen de kosten uit de hand, maar de vraag is waar dat gebeurt en voor hoe lang. De vraag is ook of er teveel wordt uitgegeven of dat er enorm veel vraag is. Met goede preventie en zorg binnen de eigen leefomgeving, kunnen ook veel klachten en kosten voorkomen worden.

De controle op het uitgavenpatroon hebben we nu in handen gelegd van verzekeraars. Deze knijpen de uitvoerenden in de gezondheidszorg uit en potten ondertussen het geld aan premies op. Als we het over een ziekte in het systeem hebben, dan is dat er wel een. Natuurlijk hebben we een systeem van controle nodig op de uitgaven, maar dat geldt voor alle non-profitsectoren. De beste garantie op controle is een grotere betrokkenheid van de samenleving bij de gezondheidszorg. Deelname van de samenleving aan de verschillende aspecten van de gezondheidszorg kan uitwassen voorkomen. Zo zal een malafide bedrijf in de thuiszorg niet meer ongestoord zijn gang kunnen gaan als er meerdere ogen vanuit de samenleving op gericht zijn. Dat is nu niet zo. De meeste mensen zal de thuiszorg een rotzorg zijn, zolang ze het zelf maar niet hoeven doen. Daar kan verandering in komen. Participatie van de omgeving van patiënten middels sociale dienstplicht onder toezicht van professionele zorgwerkers kan op termijn de werkdruk in de zorg verminderen. Er gaan steeds meer stemmen op om allerlei taken in de gezondheidszorg door vrijwilligers te laten opknappen, een soort verplichte mantelzorgers dus. Dat is pervers. Enkel een systeem van sociale dienstplicht, of maatschappelijke taak of opdracht, zoals wij het ook kunnen noemen, kan er voor zorgen dat er weer respect kan worden opgebracht voor de werkers in de gezondheidszorg. Een participatie van iedereen voor twee weken per jaar is te weinig om professionele werkers het werk af te nemen, maar het is voldoende om respect op te brengen. Natuurlijk is het niet zo dat er straks allerlei mensen de huisarts of de fysiotherapeut voor de voeten moeten gaan lopen met goede bedoelingen. Huisartsen, specialisten, fysiotherapeuten en andere medische therapeuten moeten met respect voor de privacy van de patiënt ongestoord hun werk kunnen doen. Daar hoort geen directe bemoeienis van de samenleving bij, maar ook niet van een marktpartij als een verzekeraar. Doordat verzekeraars zonder scrupules budgetpolisssen verkopen wordt er een illusie verkocht dat gezondheidszorg niet duur hoeft te zijn. Uiteindelijk is echter iedereen even kwetsbaar, of wij nou ziek worden of een ongeluk krijgen. De kosten zullen toch gemaakt moeten worden en worden afgewenteld op de samenleving, niet op de verzekeraar. Het is een pervers systeem dat zo snel mogelijk de wereld uit moet worden geholpen.

Ook al heeft de minister al moeten inbinden inzake de beperking van de vrije artsenkeuze, toch hangt dit in een net iets andere vorm nog steeds boven de markt. Het druist finaal in tegen het principe dat je voor genezing het meest verwacht van de persoon waar je zelf het meeste vertrouwen in stelt. Dat principe is altijd zo geweest en zal ook zo blijven. De mens voelt en handelt op basis van vertrouwen en verwachting. Dat geldt ook voor genezing. Dat ambtenaren op het ministerie in een abstracte gedachtenkronkel verzeild zijn geraakt en bedacht hebben dat de gezondheidszorg goedkoper kan worden georganiseerd met een gespecialiseerde lopende band per ziekenhuis, draagt niet bij tot uw en mijn genezing. Over welke gezondheidszorg heeft men het het dan eigenlijk? Eigenlijk bestaat de indruk dat de beleidsmakers eigenlijk geen idee hebben hoe de gezondheidszorg er werkelijk uit ziet. Men heeft veel geleerd (hopen we dan) over moderne managementpraktijken en efficiencytools maar van de gezondheidszorg zelf lijkt men weinig te snappen. Het zou een verplichting moeten zijn voor iedere beleidsmaker op wat voor een niveau dan ook, om drie aaneengesloten weken per jaar volledig mee te draaien binnen een gezondheidsinstelling. Alleen door de gezondheidszorg van binnenuit te leren kennen, en ieder jaar weer een ander onderdeel daar van, kan men tot het noodzakelijk inzicht komen om werkelijk beleid mee te gaan ontwikkelen. En eigenlijk is dan drie weken per jaar meedraaien veel te kort. Dat mag ook wel vier weken zijn. De inidividuele keuze die men nu kan maken tussen een budgetpolis en een polis met uitgebreide dekking zou moeten worden opgeheven. In feite zou een ziekenfonds met een uitgebreide basisdekking voor iedereen gewoon weer ingevoerd moeten worden. De hoogte van de premie kan dan mede worden bepaald door de efficiëntie waarmee in het kader van sociale dienstplicht door iedereen wordt bijgedragen aan de invulling van de gezondheidszorg, of dat nou verzorging is of preventie. Natuurlijk mag iemand met geld zich verzekeren voor een extra mooie ziekenkamer, gouden tanden of een snelle luxe scootmobiel, maar de prikkels van verzekeraars mogen de gezondheidszorg niet zelf aanraken. Voor een goede aanwending van het door verzekeraars inmiddels opgepotte geld zou ik alle werknemers van verzekeraars willen adviseren om per jaar minimaal zes weken in de gezondheidszorg mee te draaien. Heel nuttig en heel efficiënt. Er is nog nooit iemand genezen door een verzekeraar. Daar zou dan verandering in komen.

Eenzaamheid onder ouderen

Men heeft onlangs een onderzoek gehouden onder ouderen in Rotterdam. Het bleekdat meer dan de helft van de ouderen in Rotterdam van boven de 75 jaar eenzaam was. De gemeente had nu besloten dat men die ouderen nu een keer per jaar ging bezoeken. Als ik oudere was in Rotterdam en ik kreeg een keer per jaar bezoek van de gemeente, dan zou ik pas goed weten hoe eenzaam ik was. Kom op nou. Ik ben gesteld op mijn rust maar als ik bij de wereld wordt betrokken dan mag dat zeker een keer per week zijn, en doe eens gek, twee keer per week ook. Dan ziet men tenminste hoe het met mij gaat. Dan kom je, als het ware, onder de mensen. En natuurlijk heb ik geen ambtenaren nodig, maar gewoon mensen, van vlees en bloed. Medeburgers, verschillende soorten en typen. Niet teveel, want dat wil ik ook niet meer, maar gewoon mensen die even twee uur per week met mij doorbrengen, waar ik een band mee kan opbouwen, een beetje vertrouwen. Heeft u dat voor mij over?

Natuurlijk zijn er nooit genoeg mensen te vinden die uit eigen beweging met al die eenzame mensen in Rotterdam, en waar dan ook elders in Nederland, contacten gaan onderhouden. Mensen zijn in zichzelf gekeerd, gekluisterd aan hun computer, buiten is het koud en die oude man of vrouw is nou eenmaal niet aantrekkelijk. Maar als onderdeel van onze maatschappelijke opdracht, met de nodige sancties, zouden we het wel doen.

Vorm03

Dat werd tijd.

Er is altijd een schaduwzijde aan goede projecten. Als meer mensen op bezoek gaan bij eenzame ouderen, dan zullen er tussen al die bezoekers ook rotte appelen zitten die zich onder het mom van goede bedoelingen graag toegang willen verschaffen tot een woning en daar de boel willen leeghalen. Of je het daarom niet meer zou willen doen is onzin. Dat soort vorm van oplichterij en diefstal gebeurt nu ook al.

Wat wel kan en zou moeten gebeuren is een registratiesysteem waarbij iedere deurbel wordt voorzien van een code. Indien niet de juiste code (voor die dag en dat adres) is ingevoerd, gaat er aan de andere zijde een waarschuwend licht- en geluidsignaal af. Of men dan nog de deur opendoet, is dan aan de bewoner.

Sluiting van politiebureaus – verbeterde dienstverlening?

Natuurlijk komt niemand graag met de politie in aanraking, noch als dader, noch als slachtoffer. Maar als je ze nodig hebt, moet je de politie weten te vinden. Stel je bent als jongere bestolen op een zeilvakantie ergens in Friesland. Je hebt geen geld meer en geen mobiel meer. Wat doe je dan? Dan moet je aangifte gaan doen. Maar waar?

In het eerste dorp waar je komt is er wel een café, maar de norse cafébaas laat je niet bellen omdat je er de vorige avond was doorgezakt. Je ziet er niet uit, stinkt nogal en je hebt geen geld meer. Dan maar op een lokaal meisje afgestapt dat je daar ziet staan. Je vraagt heel aardig of je haar telefoon mag gebruiken, maar de vriend van het meisje die verderop met andere vrienden stond ziet dat en vertrouwt het niet. Hij komt als een stier op je af, zijn vrienden ook. Wat doe je? Rennen natuurlijk, maar dan helemaal naar Leeuwarden.

Vorm04

Of dit een uitzonderlijke situatie is? Nou, het grappige is dat je als doodgewone burger de politie alleen nodig hebt in uitzonderlijke situaties.

Stel dat die politie in noodgevallen van ver moet komen, dan zou dat weleens een kwestie van jammer kunnen worden.

Het idee dat sluitng van politiebureau’s een verbeterde dienstverlening zou geven is krom.

Leiden lege zwembaden ook tot meer zwemdiploma’s?

Het is allang bekend dat de buurtagent effectiever is omdat hij tot in de haarvaten van de samenleving doordringt.  Dat is niks nieuws. Bezuinigingen zijn er overal, maar het idee dat de politie een onmisbaar element is in de samenleving en daarvan ook een tastbaar onderdeel vormt, moet overeind blijven. In het kader van sociale veiligheid kunnen ook gewone burgers, zoals nu ook al gebeurt, opgeleid worden tot (vrijwillige) politieagent. Het gaat er niet om dat het politieapparaat overal ‘verklikkers’ zou moeten hebben, maar men moet wel kunnen vertrouwen op directe signalen uit de samenleving voor wanneer er een noodsituatie ontstaat, op welk terrein dan ook. De afstand tot de burger moet klein blijven, en dat geldt in beide richtingen.